Recht op noodopvang

Soms kun je plotseling geen veilige plek meer hebben om te wonen. Bijvoorbeeld na huiselijk geweld, een brand, een uithuiszetting of een andere noodsituatie. In sommige situaties kun je dan gebruikmaken van noodopvang of andere tijdelijke opvang. Welke hulp je krijgt, hangt af van jouw situatie.

Noodopvang is tijdelijke opvang voor mensen die direct een veilige plek nodig hebben en niet zelf voor onderdak kunnen zorgen. Het is geen gewone woning, maar een tijdelijke oplossing totdat er een andere veilige plek is.

Er zijn verschillende vormen van opvang. Denk bijvoorbeeld aan:

  • opvang voor mensen die dakloos zijn;
  • opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld;
  • opvang na een plotselinge noodsituatie;
  • tijdelijke opvang voor jongeren die niet veilig thuis kunnen wonen.

Ben je jonger dan 18 jaar en kun je niet veilig thuis wonen? Dan kan jeugdhulp nodig zijn. De gemeente kan samen met jou kijken welke opvang en begeleiding passend zijn.

Heb je direct een veilige plek nodig? Neem dan contact op met je gemeente, het wijkteam of een organisatie voor opvang.

Bij huiselijk geweld of onveiligheid thuis kun je contact opnemen met Veilig Thuis. Zij kunnen met je bespreken wat er nodig is en waar je terechtkunt.

Ben je dakloos of dreig je dakloos te worden? Neem dan zo snel mogelijk contact op met je gemeente. De gemeente kan beoordelen welke ondersteuning en opvang voor jou mogelijk is.

Bij direct gevaar bel je 112.

  • Noodopvang is meestal tijdelijk. Er wordt ook gekeken naar een oplossing voor daarna.
  • Niet iedereen heeft automatisch recht op dezelfde vorm van opvang. De gemeente of opvangorganisatie beoordeelt jouw situatie.
  • Vertel duidelijk waarom je geen veilige woonplek hebt en welke hulp je nodig hebt.
  • Vraag om hulp als je ook problemen hebt met bijvoorbeeld geld, gezondheid, school of werk.
  • Ben je jonger dan 18 jaar? Dan gelden andere regels voor opvang en jeugdhulp dan voor volwassenen.
  • Bewaar belangrijke documenten, zoals je identiteitsbewijs, brieven van de gemeente en informatie over je woonsituatie.

Sara (19) kan na een ernstige ruzie met haar ouder niet meer veilig thuis wonen. Ze heeft geen andere plek om naartoe te gaan. Ze neemt contact op met haar gemeente. Daar wordt besproken welke opvang en begeleiding op dat moment beschikbaar zijn. Sara krijgt tijdelijk een veilige plek en hulp bij het zoeken naar een oplossing voor haar woonsituatie.